Aftocht

Het bovenlijf ontbloot,
ik bloos – jij zwijgt.
Een niet te definiëren zucht, jij of de wind,
trekt een koud spoor over mijn rug.
Ik verkoel en ontwijk (nipt)
de gespannen strik. Het verlangen
blaast de aftocht en ik ontloop,
voorlopig althans, het onvermijdelijke.

© Anna | Gedicht