De wind slaat gaten in de tijd
en valt met een nochalante koprol
tegen de deuren,
laat intussen treuren – terwijl hij toch
bezig is – de beuken met hun parapluvormige
kruin waarvan de bladeren
nu langzaam beginnen te verkleuren
in geel, oranje en rood
boven de anders zo blanke sloot.
En in het bos begint het stilaan
te geuren naar de herfst,
die pas weer verdwijnt rond kerst!
© Anna | Gedicht